Boekgegevens
Titel: Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Auteur: Guikema, H.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1842-1843
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: PK 71-413
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200043
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Leermiddelen (vorm), Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste(-tweede) vijftigtal leerzame verhalen ontleend uit de Nederlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
man bcrftotlöt nit bc nctncïbE partij turber boo? bfjf^
Ijanbcrh fluibcii cii Inon alsoa ö^ieBaiiticrb onlbcn /
boa: be p:nat,ïiidjt bnn Hendrika, trclftc foin bc
üacljtcE ccijtcr / frrjann oiitaEtcnbc / boo^ Bare fiiap^
lu«/ aan (jaren babrr ontraofbe.
3;n Diiitschhnd fttaam ceng ccn bgfjarici fmaapjc
fiij crncii hinnfcfjcnREc/ aiii ötj Tjera eenen daalder
te laten taiafeten. De tniinfcfjciiEicr besajj benselben
naanUilieiirtrj/ cn :scibc baarop: „"ICtrbc fiïcine! bk
banlbcE beugt niet cn ia baldcïil"
„^f>at lian niet itiaac ?;ijiiïjernam fjet onnaajelc
Stnaapie/ „want niijn vader hcet'c hem zelf gemaakt,"
T2ï>c uüjnfcIjenKer/ tjicrboo? opuierÊ!5aam jjemaafit/
fieïjicïb ben tiaalber en naf Ijet ïtnaapjc baacbaa?
lilctnaeïb; maac bacgt bij sltg selben: „ wat de ou-
den piepen , dat zingen de jongen." Onbetölijlb flinfl
ïjij naar get ccreat cn berijaatbe fjet boojhal met
ben baaïber. ©et !jerc5t (iet babclp in Fjct ösn^ bet
DUbrra ban Tjet ftnaapj: nnbersoeft boen/ en Dcbanb/
bat be oiiberö valsclie mnnters, bat tail riCflijen: ber«^
baarbiarrtf ban balc^cïj/ nnbcuftenb neïb/ taaren. (!3e
öaaft Incrb rentcrliirf onber^ocDt/ aï'j boïfiomcn inaac
Debonben/ en be oiibcc,^ fieibc met ben dood geiirafr!
ff Ut voor uw ouders toch, o jeugd! uw tong bedwingen,
't Geen door hen wordt gepiept, dat moet gij nimT?»«/zingen.
VII.
ER IS GEEN GOUD ZONDER SCHUIM.
Iliigo, de zoon van Ilieronimus, kwam op eenen
avond van het dorp in het ouderlijke huis terug. „Va-
der!" zeide hij, „de oude Pita, die van de geheele
wereld voor zulk een vroom en godvruchtig man ge-
houden wordt, was dezen avond zoo beschonken , dat
hij door twee zijner knechten naar huis geleid moest
worden, waar hij met zijne vrouw cn kinderen zoo lang
twistte en krakeelde, dat hij bewusteloos op den grond