Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
PIHI,INDE. bl
Maar, Maagden, spiegelt u! ik wil 't u niet verbien.
Wat zoudt ge ook anders doen ? waarmede uw tijd verdeelen
Alleen met lagehen en met spelen,
En al den dag naar uw bewonderaars te zien?
Hoe hield een mensch het uit, die daarbij zich bepaalde? —
Genoeg! Het lieve kind, wfiarvan ik u verhaalde.
Verschikte dikwijls voor den spiegel 't krullend haar.
Schoon in haar tooisel geen de. minste misstand waar'.—
Haar broeder was Auteur; hij vond haar opgetogen
Voor haren spiegel, smaalde, en vroeg: //zijn nog irwe oogen
'/Niet zat van u te zien? Dat gij een schoonheid zijt,
'/Sta 'k zonder twijfel toe: maar dat ge uw ganschen tijd
//Met 't zien van uw gelaat verslijt,
" Hierdoor wordt al te klaar uwe ijdelheid bewezen." —
»Mijnheer! gij zijt Auteur," (dit gaf ze tot bescheid;)
» We zijn elkaar gelijk. Want gaarn zich zelv' te lezen,
^ En gaarn zich zelv' te zien, is beiden ijdelheid.
A L G E S T.
Door handelsschade alleen, niet door gebrek aan vlijt.
Geraakte Alcest al zijn vermogen kwijt.
En 't was alreeds zóó ver met hem gekomen
Dat hij, om schuld, in liecht'nis was genomen.
Hoe menig vriend van hem in Londen zich bevond,
Geen een van hen die tot zijn redding iets bestond. —
Zijn Zoon, een jongling nog, ziende alle hulp ontbreken.
Beproefde of 't mooglijk waar' den Vader vrij te smeeken.
En waagde 't, in zijn druk, Valerius te spreken, —
i**