Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
72 de gehoopte 110 em.
//Neen! uit Sieilië," dus spvak liij, ganseli verstoord,
//Kom ik als Quaestor weêr." //Ja!" voer een derde voort,
// ó Ja! hij komt van daar: gelooft mij op mijn woord!"
Met dezen roem alléén kon Tullius vertrekken.
o Gij, die denkt dat elk u kent, wijl ge u zoo kwijt,-
Dat gij ten onderwerp van elks gesprek moet strekken.
En u daarover in 't hoogmoedig hart verblijdt!
Van duizend, die gij waant dat uw verdiensten roemen.
En nooit u dan met achting noemen,
Weet dikwijls naauw'lijks één dat gij in wezen zijt.
DE OUDE DICHTES EN DE JONGE CRITICUS.
Een vlugge Jongeling geraakte, op zek'ren tijd,
Met een bejaarden Heer in harden woordenstrijd,
't Betrof een vers, als schoon geprezen door den Ouden,
Maar door den Jongeling gansch niet voor schoon gehouden,
En wel met regt. Ilij wees van punt tot punt hem aan,
Al 't geen niets zeggen wilde, en wat niet kon volstaan.
Maar dacht niet dat hij met den Maker redeneerde.
In 't eind sprak de Oude, daar de drift hem overheerde:
//Hoe! keurt ge en zegswijze en gedachten af? Mijnheer!
//Gij zijt nog veel te jong, dan dat ge een man, wiens jaren
// En smaak en ijver zijn verkregen roem bewaren,
// Door uw waanwijze taal zoudt tasten in zijne eer.
//Mij kon de schoonheid van de Dichtkunst reeds behagen,
« Toen gij, nog sprakeloos, werd op den arm gedragen.