Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
66 de held en zijn knecht.
n Die komt er zeker in: hij was een dapper Held.
N Hij heeft zeer veel verrigt: liij deed drie Vorsten beven,
ff Behaalde zevenwerf de zege in 't oorlogsveld,
ff Bedreef zelfs daden, dien men naauw geloof kan geven."
Toen zag de Kluizenaar den Held met deernis aan,
En vroeg: ff Waarom hebt gij dit alles toch gedaan?"
fl' Waarom?" was 't antwoord, ff opdat elk mijn naam zou eeren;
ff Om meerder landen te overheeren,
ff Te worden 't geen ik ben: een dapper oorlogsman."
// O!" Gaf de Heremiet ten antwoord, n moest gij dan
ff Hierom alleen zoo veler bloed doen stroomen!
ff'k Zeg u, uit grond van mijn gemoed,
ff Uw dienaar, die onnooz'le bloed,
ff ('k Bid dat mijn oordeel mij niet kwalijk wordt genomen)
ff Hij, hoe gering zijn staat ook zij,
ff Heeft werklijk meer verrigt dan gij."
DE SNAPPEE.
De grootste plaag, geschikt om wijzen 't oor te kwetsen,
Het puik der zotten, knap in 't zwetsen
Met woorden waar geen zin in stak.
Een Snapper, wien 't ontbrak aan kracht van reden,
Eu die van duizend nietigheden.
En, wat het ergst nog was, meest van zich zeiven sprak;
En telkens weêr, opdat geen stof hem zoude ontbreken,
Van 't geen hij reeds verhaalde op nieuw begon te spreken:
Zulk een welsprekend heer zag eens, met ijd'len waan,
Een deftig man, die peinsde en zweeg, verachtlijk aan,