Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
60 de leeuwerik.
Met kvaclit verhief hij staag zijn stem;
Maar moed noch zangkunst baatte hem:
De weêrgabii sloeg gelijke toonen,
Om, zoo hij dacht, hem fier te houen.
Hij vloog, vol eerzucht, in dien waan
Den mededinger grimmig aan.
Dien hem het glas had voorgelogen____
En stierf, vervoerd door lioovaardij.
Eoemzuchtigen ! bijna als gij,
Door louter ijdelheid en door een Niet i)edrogen.
HET GEW IGT IG GEHEIM.
Als van geheimen zwanger gaande.
Treedt Strephon binnen bij Elpijn,
Nu ernstig de oogen op hem slaande,
Dan weer op hen, die bij hem zijn.
Men brengt een stoel. Slechts door een teeken
Toont hij zich voor die eer verpligt; ^
Staat, zwijgt, en meldt, door niet te spreken.
Een zaak van 't uiterste gewigt.
u Hoe! is er iets in deze dagen
'/Gebeurd, Mijnheer? wij zijn alleen!
"Ei spreek! Wat is 't?" Op alle vragen
Herhaalt hij zijn gewigtig: — « Neen!"