Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
uetkaautenhtjis. 59
't Blijft staan; hij durft er op vertrouwen:
Maar Jantjes vreugd bestaat niet meer.
Hij wenscht het weêr op nieuw te bouwen,
En wei-pt het straks met moedwil neer.
Laak nimmer 't los bezit van goed'ren:
Gij kent uav hart niet dan in schijn.
Veranderlijk zijn de gemoed'ren:
Zoo moeten ook de dingen zijn.
Dit juist maakt ons 't genot volkomen:
Want spoedig walgen wij er van;
En werden zij ons nooit ontnomen,
Wat nieuw genoegen was er dan?
D E LEE U AV l] R I K.
De Leeuwrik, Damons vreugd, vloog vrij
En vrolijk door 't vertrek, waar liij
Zijn wildzang zong geheele dagen,
Maar kon den weergalm niet verdragen,
Die thans uit de and're kamer drong, —
AA^'aarom hij des te sterker zong.
Juist deed een spiegel onder 't zingen
Zijn beeld hem zien; 't scheen hem te dingen
Naar hooger zangtoon. Dit verdriet
AVeerstond de wakk're vogel niet,
Die vast, terwijl zijn ijver gloeide.
Van scliat'rend zingen overvloeide.