Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
de apen en de beeren. 57
H En verder een vergif voor heel hun levenstijd.
// Misseliien is, zonder dat wij 't denken,
n Beweging zelfs voor hen een doodlijk kwaad:
//Zij kunnen menigmaal, door springen en door zwenken,
//Zich in hun borst aan 't een of ander krenken,
//Gelijk zich ligt begrijpen laat;
//Want onze zenuwen zijn teeder inderdaad."
Zij gaat hierop weekhartig aan het weenen,
En neemt een der geliefde kleenen,
Dien zij zoo lang, zoo hartlijk drukt en likt,
Totdat haar troetelkind verstikt.
// lloe !" sprak toen een Beerin , « hoe ! komt gij ons nog vragen,
// Waarom uw kind'ren steeds zoo zwak en ziek'lijk zijn,
//'t Scheelt niet aan luclit, of melk, of ooft, of aan hun magen:
//Uw zotte teerheid slechts is de oorzaak van hun pijn.
//Gewis, uw liefde doet hen sterven vóór hun tijd.
//Let op ons kroost, zoo gij op sterker kroost wilt hopen,
// Wij nemen hen zoodra zij kunnen loopen
//Met ons, in hitte en kou, door woestenij en woud;
//Zóó worden zij gezond en oud."
Wat geeft ons zooveel zieke kind'ren?
Zou al te teederc aard ook hun gezondheid hind'ren? —
Neen, door de zotte teederheid
Der oud'ren wordt hun 't kwaad bereid,
ó Eijken! wenscht ge uw kroost gezond en sterk te maken,
Leert die weekhartigheid dan bovenal te staken.
3*»