Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
56 de wandelaar.
//ó Dwaas!" liet toen Jupijn zich hooren,
tf Deez' pijl toont wat u waar' beschoren,
// Ifad niet de storm zoo fel gewoed!
//AVas n thans zonneschijn gegeven,
» De pijl liad u beroofd van 't leven,
u Daar nu de storm u heeft behoed.
DE APEN EN DE BEEEEN.
De Simmen poogden eens de Beeren,
Door ned'rig smeeken te overreen.
Om hun de nutte kunst te leeren,
AVaarin de natie van de Beeren
Al 't woudvolk te overtreffen scheen,
AA'aarin geen ander dier hun naar de kroon kon steken:
De kunst van groot en sterk hun jongen op te kweeken.
//Misschien," sprak, met gepast beleid.
De wijsste van der Apen moeren,
//Msschien staat — 'k zeg het met ontroeren' —
//Ons kroost ten doel aan zooveel zwakte en ziekelijkheid,
//Doordien wij het te spaarzaam voeren.
'/Misschien heeft ook gebrek aan 't noodige geduld,
// Om zachtjes hen te Aviegen en te dragen, —
// Misschien ook onze melk aan hunne koortsen schuld.
//Misschien verzwakt ook 't ooft hun magen,
* Misschien dat zelfs de lucht ons kroost tot kwaad gedijt.
* AA'ie kan zijn kind'ren voor de lucht nogtans bewaren ?
* Ze is mooglijk een vergif voor hunne vroege jaren,