Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
52 d e s c h a t.
Straks liet liij seliat-opdelvers komen;
De vaste vloer werd opgenomen,
In sehuur en tuin en huis, de grond
Geheel doorgraven.....maar men vond
Geen sehat. Alle arbeid was verloren:
Men wist niets kostbaars op te sporen.
Hij zendt de werkliên weder heen.
Beziet op zijn gemak alleen
In 's Vaders slaapzaal alle hoeken,
En vindt, door dus bedaard te zoeken,
Den schat, die hem tot erfdeel strekt,
Slechts met een vloerdeel overdekt.
Men zou de waarheid ligt met minder moeite vinden,
Als daartoe onze vlijt bedaard werd aangewend.
Ligt werd zij — liet men zich niet door den waan verblinden.
Dat ze in het duister schuilt — door velen eer gekend.
Verborgen is zij wel, maar geenszins zóó verborgen.
Dat zij niet komt aan 't licht, ten zij men, dag aan dag,
In duist're schriften wroet', en die, met duizend zorgen.
Doorsnuffel' tot den grond. Al roemen ze op gezag.
Nooit moet ge op 't onderzoek van and'ren u verlaten.
Zoek zelf! zoek menigmaal, en sla op alles acht!
Gij zult de waarheid, die den mensch, in alle staten,
Gelukkig maken moet en ons is toegedacht, •
Haast vinden. AVijslijk is ze, als de edelste aller gaven,
AVel eenigzins bedekt, maar geenszins diep begraven.