Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
DAMOKLES.
Geen staat, hoe groot, verschaft, bij 't uitgestrektst gebied,
])on trotschen dwingland ooit een regt gelukkig leven.
Neen! de angst doet menigmaal hem beven,
Ook dan als hij de vrucht van 't hoogst gezag geniet.
De doodsvrees doet hem, in zijn heerlijkste vermaken,
Soms duurgekochte ellende in plaats van weelde smaken. —
Toen Dionijs eens door Damokles werd gevleid,
Gelukkig werd genoemd om al zijn heerlijkheid,
En uit zijn pracht, zijn goud, zijn volk en legerscharen
Bewezen werd, dat niets zijn heil kon evenaren, —
Had pas Damokles dit gedaan.
Of Dionijs sprak dus den vleijer aan:
»Hoe ge ook met mijn geluk zijt ingenomen,
//Gij kent het echter niet volkomen:
//Doch ondervondt gij 't zelf, 't had u nog meer bekoord!
"Wilt ge eens mijn plaats bekleen ?" Den vleijer trof dit woord.
Hij riep verrukt: //Wien zou dit aanbod niet verblijden!"
Terstond werd in de zaal een gouden stoel gebragt:
Hij zet er zich op neer, hij ziet aan alle zijden
Een Vorstelijken glans en pracht.
Met al wat ooit door weelde en hoogmoed werd bedacht.
Thans siert, daar alles mag met vorstlijk purper pronken.
Het goud zijn disch; in goud wordt hem de wijn geschonken.
Hij wenkt, en ziet terstond zich twintig handen spoên,
Om aan zijn wenken te voldoen.
Hij spreekt — straks vliegt een schaar der schoonste jongelingen.
Om, door 't volbrengen van zijn wil, naar roem te dingen.