Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
de onsterfelijke auteur. 47
Zich, met een diepgeleercl gezigt,
Als wilde 't meer ontwerpen smeden,
't Hoofd door een spaansehe pruik omvat.
Met kunstig bijwerk , fraai gesneden,
Geplaatst voor ieder titelblad. —
Daar geen verwaande tegen schrijver
Hem immer in zijn vaart weerhield,
Schreef hij al voort, met noesten ijver.
Tot dat de dood hem had ontzield.
In 't echt verhaal van 's schrijvers leven
Vond m', op drie vellen en drie blaên,
De lijst van 't geen hij had geschreven
Naauwkeurig en naar orde staan.
Men las zijn schriften, na zijn sterven,
Bedachtzaam en met rijp verstand:
Maar ziet wat lof hij mogt verwerven: —
Men schoof allengs hem aan een kant.
Zijn wonderbare leermethode,
Zijn schrijfwijze, eertijds zoo geroemd,
Was binnen tien jaar uit de mode.
Werd droog en stijf en hard genoemd.
Die man kreeg slechts een naam, omdat liij werd geprezen
Van dommen, eer zijn werk door kenners was gelezen.
Een schrijver wint ligt roem en eer:
Hij heeft daartoe alleen bekrompene verstanden
Veel werks tc stoppen in de handen.
Maar er behoort wat meer
Om bij het nageslacht beroemd en groot te blijven ,
Dan in een dorren stijl, en zonder geest, te schrijven.