Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE HOND. .39
" Ach! genoot ik nu 't geluk,
"Dat ik nog dat hammenstuk,
// 't Welk ik . . . doch ik zal wel zorgen...
//'k Zeg niet waar ik 't heb verborgen.
//Word ik wederom gezond,
//Dan zal ik u, bij mijn leven,
//Daar de beste helft van geven!
// Ja, gij zult" . .. hier stierf de Hond.
Een gierigaard wijkt nooit van de oude hebzucht af:
Hij slaat, bij 't sterven, slechts twee oogen op het graf.
Maar ziet, ontsteld, met duizend oogen
Zijn schatten aan, zijn lust, het doel van al zijn pogen,
ó Zware band, die hem zoo vast aan 't aardsohe hecht!
Om schraal te leven, en met angst en leed te sterven,
Vergaêrt hij schatten voor zijn erven:
Benijdt men hem dit schijngeluk met regt?
DE TWEE ZWALUWEN.
Twee Zwaluwen in 't veld, door zucht tot eer gedrongen.
Begaven zich ten strijd in 't zingen, beurt om beurt:
En ieder waande, dat zij 't fraaiste had gezongen.
Zoo dat zij ook den prijs moest worden waardgekeurd.
De vlugge Leeuw'rik kwam, en zou de "zangsters scheiden:
Straks ving weêr 't strijdend paar een piepend veldlied aan.
Men riep: //vel 't oordeel vrij, en zeg, wie 't van ons beiden
H In kunst van zingen won; wie 't meest u heeft voldaan."