Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
30 DE TWEE NACHT WACIITS.
In 't kort, al 't kwaad, uit zucht om zich te wreken
Door eeuig vijand ooit zijn vijand aangedaan,
Werd onderling door deze Wachts bedreven.
En beiden wenschten slechts den ander te overleven,
Oin hem in 't graf nog eens een stoot te geven.
Men giste lang, en wist geen reden van hun haat.
Ilun vijandschap liep tot den hoogsten graad, —
Totdat het zich in 't eind voor 't Eegt moest openbaren,
Waarom zij, sinds zoo vele jaren,
Zoo heidenseh onverzoenlijk waren.
Wat was toch de oorzaak ? — de afgunst ? — Neen!
»Bewaart uw vuur en kaarsje wel!" riep de een;
»Bewaart uw vuur en kaarsUcJd wel!" riep de ander.
Terwijl, verschillend van elkander,
Dus elk in zijnen zang volhardde uit al zijn magt,
Werd uit dit kaarsje en kaarslicht, dag en naeht.
Spot, haat, verachting, wraak en woede voortgebragt.
Mij dunkt, 'k hoor velen, die dit lezen.
Uitroepen : » hoe ! om zulke klcinigheên
»Is bij die Wachts zoo fel een haat gerezen:
»Dat moeten groote zotten wezen!" —
Zacht, lleeren! doet zelv' geen nadeel door die reên.
Weet gij dan niets van zoo veel groote lieden,
Bij wie verschillen van geleerdheid zijn ontstaan.
Om lettergrepen die nog minder zelfs bedieden:
En met wat woede en diift ze elkander tegengaan?