Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
J1 ET KOETSPAARD. 35
ö Lediggangers, die in aanzien zijt geboren!
Veracht gij ned'rige arbeidsliên?
Wat dwaze waan kan u bekoren?
Uw hoogheid, die n laag op hen doet nederzien.
Uw voon-egt boven hen, waarop ge u durft verheffen,
Is enkel op hun vlijt gegrond.
Hield u geen waan verblind, gij zoudt welhaast beseffen,
Hoe naar het, zonder hen, met u geschapen stond.
Wat smaad verdienen zij, die noest hun tijd besteden.
En, werkende om hun brood, u tevens doen bestaan?
Gesteld, gij hadt beschaafder zeden:
Van waar kwam u dit voorregt aan?
Waart ge in hun lagen staat geboren,
U waar' gewis hun lot beschoren;
En waren zij, als gij, op 't kostschool opgevoed,
Of hadden ze alles, wat gij leerdet, mogen Iccren,
Ligt overtroffen ze u in grootheid van gemoed.
De wereld kan ligt u, maar geenszins hen ontberen.
DE TWEE NACHTW ACIITS.
Twee Nachtwachts, die zoo menig nacht
Getrouwe zorg voor stad en burgers droegen.
Vervolgden steeds elkaar met alle magt
In alle bier- en bon-elkroegen;
En hielden nimmer op met schelden en met slaan
En allerlei janhagelstreken:
De kool, die de een, om zijn tabakspijp aan te steken,
Gebruikte, daaraan stak, uit haat, nooit de ander aan:-