Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
HETJONGE MEISJE. 31
Nog eens een kans te wagen,
Nog eens zijn vriend den Vader voor te slaan.
De gastlieer zegt in 't eind: //'k Moet u ronduit verklaren,
'f Mijnheer! 't is mij onmoog'lijk u dit toe te staan:
Mijn Doehter is te jong: zij is pas veertien jaren."
De Dochter komt juist in, en hoort dit onderhoud.
Zij lacht en zegt: ir Papa! hoe kunt ge u zoo verspreken ?
ff Ben ik pas veertien jaren oud?
ff Neen, veertien jaar en zeven weken."
De Vader stemde toen haar echt naar allen schijn?..,.
Ik weet het niet____ Doch.... dit nieuwsgierig vragen,
Hoe verder zich 't geval heeft toegedragen,
Kon onder and'ren wel van jonge meisjes zijn:
Tot haar gerustheid zal ik 't ongeveinsd ontvouwen:
De Vader schaamde zich, en liet zijn Dochter trouwen.
DE DOOD VAN DE VLIEG EN DE MÜG.
De dood der Vliege doet mij dichten.
De dood der Mugge geeft mij stof,
En klagend zal ik u berigten,
Hoe beiden 't treurigst sterflot trof.
De Vlieg streek op een beker neder,
Die pas vol wijn geschonken was;
Zij proefde, dronk, dronk telkens weder,
En — zonk al dartelend in 't glas.