Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE LOSBANDIGE ZOON.
27
Ensprenk: //Ziedaar inv Zoon: hij deugt niet voor soldaat."
De Vader neemt nu Zoonlief weder.
Thans zet voorzeker niets de drift des losbols neder____
O Ja, ('én middel hielp gezwind:
Johau werd in één maand zoo sehiklijk als een kind.
Hoe! liet de Vader hem dan in een tuchthuis sluiten?
'k Gaf op een oorlogschip hem liever nog verblijf!
Hij wist wel beter op zijn dwaalweg hem te stuiten:
Hij gaf hem een boosaardig wijf.
DE EIJKE GIEEIGAARD.
Een rijke Vrek, niet ver van 't gi-af, en door zijn jaren
Keeds onbekwaam om nog meer schatten op te gaêren.
Werd krank, maar stierf niet gaarn: want welke Gierigaard
Is voor het sterven niet vervaard?
Hij eischte een Arts, om hem, zoo 't kon, den dood te ontrukken ;
Doch bij geluk schoot hem de gulden in den zin.
Dien hij den Docter in de hand zou moeten drukken:
Dus haalde hij zijn woord weer in. —
Maar met den dood is toch geen spotten. xVangegrepen
Van nieuwe pijnen, met een hart door angst benepen,
Zond onze Grijsaard om een Leeraar, dien hij bad,
Hem op het krankbed menigmalen
Den troost te geven dien zijn ziel zoo noodig had:
Want deze, dacht hij, laat zijn dienst niet duur betalen.
De Leeraar troostte hem en wou toen henen gaan.
//Ach!" riep de Vrek: »roep toch den Hemel voor mij aan,