Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
DE AAP.
Een snijder, die zijn handwerk fiks verstond.
Had een gewaad, van klem- belaeldijk bont,
Den rappen Aap pas om het lijf gehangen.
Of ijlings kreeg het dier verlangen.
Om in 't weerkaatsend spiegelglas
Te ontdekken, hoe verfraaid hij door die kleeding was.
» 'k Ben waarlijk schoon !" dus liet hij straks zich hooren.
»■Ja schooner nog dan ik te voren
«Mij heb verbeeld; en 't kleed, dat mij werd aangedaan,
// Kan onzen jongen Heer onmooglijk beter staan.
t! Kom ," riep hij, « Jonkertje ! gij moet mij vergezellen ,
'/ En, nevens mij, u voor den spiegel stellen."
Hij komt. De Sim vertrekt van schrik gestaag 't gezigt:
Nu sluit de pruik aan 't hoofd niet digt,
Dan moet de hoed op zijde wijken,—
En evenwel kan de Aap den Jonker niet gelijken.
De spiegel kaatst het beeld terug dat voor hem staat:
Een zot en ruig-begroeid gelaat,
In een verwarde pruik gedoken.
De Jonker lachte en was gewroken.
" Foei," hief toen de Aap verbitterd aan,
u Foei! spiegel! liegt gij zoo ? wat heb ik u misdaan ?"
Zijn adem doet terstond daarop het glas beslaan:
En 't apenwezen was den spiegel ras ontgaan.
»■Ik dacht wel," riep hij toen, vol vleijend zelfbehagen,
« Dat ik van leelijkheid mij geenszins kon beklagen.
H Neen, jonge Heer! de spiegel was beslagen."