Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE TTVEE WANDELAARS. 17
F. Zwijg, Volkert! zwijg! 'tis zotte taal!
'k Hoorde in de wand'ling menigmaal
('k Zweer niet, hoe vast ik 't ook moog' weten).
Dat meesters zelfs 'teen dicaallicht heeten.
Zoo bleven zij, nog langen tijd.
De zaak en ook den naam betwisten.
Totdat zij 't spoor ten laatste misten: —
Met schelden eindigde de strijd!
Zóó strijden ongeleerde menschen
Als dwazen over 't geen, waarvan zij niets verstaan,
En eindigen hun strijd met schelden en verwenschen.
o! Gaven zij zich bij geleerde heeren aan,
Om eerst vooraf bij hen ter school tc gaan!
Die strijden sierlijk, schoon , en in verscheiden talen,
En zonder woordentwist of op elkaar te smalen.
Steeds over zaken voor hen allen middagklaar.
Zij hebben op hun weg het dwalen niet te vreezen,
Omdat ze in 't spoor gaan , door de school hen aangewezen.
Waarop men immers nooit een dwaallicht wordt gewaar.
DE LEEUWEEIK EN DE NACHTEGAAL.
Het bont Kanarietje liet menigwerf zich hooren
Tot eer der kunst, en streelde 's meesters ooren.
Het lokte 't zangertje tot grooter blijdschap uit,
Wanneer het raat'lend ?angg,eluidLa^_^
^NëuGi landscli oclioolnrnseum l
Piiiiitliracl-i! 151 iilj ie Prihttistraat'
i
mSTEHDAM,