Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
n
H ET T E S ï A E N T.
Een kranke vader sprak: //Mijn zoon! hoe wel te moe,
V Hoe willig sloot ik tlians mijn selieem'rende oogen toe, —
//Wist ik sleelits dat gij, na mijn sterven,
// Zoudt een gelukkig lot verwerven!
vDocli ja! gij zult naar allen schijn,
//Omdat gij 't waardig zijt, hier wel gezegend zijn:
/'Ontvang mijn laatsten wil, op dit papier geschreven.
Zoodra ik rust in 't vreedzaam graf,
// Zoo ruk er 't zegel af,
ff En zie wat last 'k u bij mijn sterven heb gegeven.
//Volbreng dan trouw wat ik u thans beveel:
//Dan valt u zekerlijk het grootst geluk ten deel.
// Eeloof mij dit, mijn zoon 1 gerust kan ik dan sterven."
De Vader overleed. De Zoon vond kort daaraan
In d* opgebroken wil slechts deze regels staan:
// Gij zult zeer weinig van mij erven. —
// Het een en ander treflijk boek ,
//Yoorheeu de vrvicht van naarstig onderzoek,
ff En voorts mijn levensloop, hier tot uw nut geschreven,
ff Ziedaar wat u is nagebleven.
ff Mijn lust bestond alleen in't oefnen van mijn pligt:
//Mijn daden schroomden nooit het licht.
v In weerwil van al 't geen verleiding wordt geheeten,
V Zocht ik mijn hoogst geluk in een gerust geweten.
ff Zoo vaak de zon verdween, sprak ik mij zelv' dus aan:
ff De dag is weêr voorbij: wat nut hebt gij gedaan ?
Zijt gij tlians wijzer dan bij 't rijzen van den morgen? —
//Dit waren, lieve Zoon! dit waren mijne zorgen.