Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE JONGE KREEFT EX DE ZEEMOSSEL.
Een Mossel, die aan 't strand, van water juist ontbloot.
Haar huis nü open deed, dan sloot,
Werd door een' jongen kreeft? in dwazen nijd ontstoken,
Eens uit haar hol dus aangesproken:
r ó Mossel! uw geluk is ongemeen.
« Wij. Kreeften, hoe ellendig is ons leven!
t Nü worden we uit ons hol door buren weggedreven:
A-Dan voert de storm ons elders heen.
« Gij hebt uw steenen huis, waarin u niets kan deeren:
K Gij opent het en sluit het weer, naar uw begeeren:
u Ik bid, doe mij de vriendlijkheid
»Van voor een oogenblik mij in uw slot te ontvangen.
/' Ik weet dat mij die gunst door u niet wordt ontzeid." —
// Ik zou terstond voldoen aan uw verlangen,"
Hernam het Mosscltjen, h indien
» Ik mij niet schaamde, groote liên
« In mijn onzind'lijk huis te zien:
H Want, inderdaad, 't is niet gereinigd naar behooren ;
« Zoo 't voor een' korten tijd u echter kan bekoren,
» Bij mij te komen, kom, opdat ik u voldoe:
»Wij hebben plaats." — Hij komt. De Mossel sluit zich toe.
u Maak open !" riep de Kreeft; »ik stik! laat me ademhalen!"
ff Gij wordt op 't oogenblik bevrijd,"
Was 't antwoord: »maar zie eerst hoe de afgunst u doet dwalen,
«En leer, in plaats dat gij eens anders staat benijdt,
n Met uw geluk te vreên, uw dwazen wensch bepalen.