Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
8 BE KRANKE.
De jicht kwam weer, met feller vlagen.
Hij greep zijn' staf, en gansch verslagen
Kroop hij naar 't bijgelegen graf.
Hier nam zijn smart allengskens af. —
De Kranke, schoon hier zerk noch tceken
Van 's dooden deugd of gaven spreken,
Gebruikt nogtans het middel weêr,
En wascht zijn leden, keer op keer.
Eas voelt hij zich van pijn ontheven,
En zijn verlamde leên herleven;
Ja, zonder smart en zonder staf
Verlaat liij dit eenvoudig graf.
// Ach !" roept hij, // deed een steen 't mij lezen ,
// Van wicn toch wel dit graf mag wezen!...
De koster nadert bij geval:
Hij hoopt, dat die 't hem zeggen zal,
En vraagt, maar moet al weder vragen;
Want deze staat geheel verslagen.
En durft hem naauw ten antwoord staan,
Doch vangt in 't eind al zuchtende aan:
a Hier ligt hij, die vol zotternijen,
»Doorslepen kunst en ketterijen.
u Den spot met vrome lieden dreef.
// Komediën en verzen schreef,
// En dien men, wie hem ook betreurde,
'' Een eerlijk graf naauw waardig keurde.
»Hij was een booswicht, zoo gij ziet."
u Neen!" zegt de man, // dat was hij niet!
'/Maar 'k denk, dat ginter die geleerde.
» Dien ieder als een wonder eerde,
'/ Gelijk men op zijn grafsteen leest,
» Een snoode booswicht is geweest."