Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE KEANKE.
Een man, sinds langen tijd bestreden
Door felle pijn in al zijn leden.
Gedroeg, in dien bedroefden staat.
Zorgvuldig zich naar ieders raad;
Maar kon zich echter van zijn lijden
Op geenerhande wijs bevrijden.
Nu ging hij naar een wijf, bejaard,
En door geheimen wijd vermaard. —
Zij sloeg, toen hij, met weenende oogen,
Haar bad om hulp en mededoogen.
Hem 't volgend toovermiddel vóór :
t "VVascli driemaal," blies zij hem in 't oor,
// Zoodra de zon begint te lichten,
i Op 't graf eens vromen, uw gewrichten,
n Aan hand en voet, met verschen dauw.
» Dit helpt." Hij dankt de wijze vrouw,
En volgt den raad aan hem gegeven:
Wie wenscht niet zonder smart te leven? —
Hij kroop, toen 't lielit herrezen was,
Naar 't kerkhof, vond een zerk en las:
// Vraagt gij, ó wandelaar! wat man hier ligt begraven ?
//Hij was bij uitstek vroom, vol ongemeene gaven:
// Een wonder van zijne eeuw: ja, 't zij in 't kort gezeid:
'/ Een man, van Kerk en School, van Stad en Land besclireid."
Hier wiesch de Lijder, en met reden,
Terstond zijn half verlamde leden.
Maar welk een werking had die kuur?
Ach! 't scheen hem nu een doodlijk uur;