Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
144 s e l i n d e.
En, zoo ik mij al liet betalen,
'k Zou kusjes voor mijn loon bepalen.)
Zoo seboon Selinrle was, zóó schoon.
En schooner niet, stelt haar de kunstenaar ten toon.
Ze was getroffen; 't beeld was fraai: 't mogt hem gelukken,
Het fijnste trekje zelfs naauwkeurig uit te drukken.
Zoo kunstig dat hij zelf, zoo ras
Zijn eigen vrouw niet bij hem was,
Zich niet weêrhouden kou: hij kust de beeldt'nis teeder.
De Schilder brengt het fraai portret aan 't lieve kind....
Selinde ziet het aan, verschrikt, en legt het neder.
* Neem," zegt ze, // uw schilderij vrij weder:
i" Ge dwaalt; dat ben ik niet, mijn vrind!
//Wie heette u toch mij zóó te vleijen,— zulke trekken
// Te schild'ren, die geen mensch ooit kon aan mij ontdekken ?
// Verfraaid is deze kin: die mond is gansch verdicht:
// Neem 't beeld weer mee, 'k ben u voor 't vleijen niet verpligt:
//Ik wil niet schooner zijn dan 'k waarlijk ben: veelligt
// Was 't wel uw plan een Venus af te malen:
//Ga heen! laat Venus u betalen."
Zoo is het dan dit meisje alléén,
Dat schoon is en het niet wil weten ?
Iloe velen ken ik wel, die tegen alle reên,
Hoe leelijk zij ook zijn, toch Eng'len willen heeten! —
De Schilder neemt zijn stuk en spreekt geen enkel woord;
Trotsch als een kunst'naar is, vertrekt hij gansch verstoord.
Wat zal hij doen ? — Hij durft het toch niet wagen.
Zoo schoon een meisje bij den Eegter aan te klagen? —
Hij doet het waarlijk! — Hoe zal 't gaan? —
Selinde moet zich voor de Eegtbank stellen.
Wilt, Eegters! wilt nu toch een billijk vonnis vellen.