Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
ii e t s p o o k. 139
« Om mij zijn treurspel voor een uur of twee te leenen!"
De Geest versehrikte, en wenkte dat de kneeht
Die moeite sparen zou, — en sedert, zoo men zegt,
Is 't Spook nooit weêr verschenen.
Laat ieder, die dit wonder leest,
Hieruit deez' nutte leering trekken:
Dat nooit een vers zoo slecht nog is geweest.
Of 't kon tot cenig nut verstrekken.
En zoo elk Spook zoo sterk voor slechte verzen beeft.
Wat troost, dat — in zooveel gevaren —
Onze eeuw voor gansche legerscharen
Van Spoken niet te vreezen heeft!
Want zeker zullen we, om met vrucht hen te bezweren.
Geen slechte verzen ooit ontberen.
HET VEULEN.
Een Veulen, van den last van 't dragen
Eens stouten ruiters onbewust.
Beschouwde met het grootst behagen
Den toom, als aller Paarden lust.
Niets kon zijne oogen meer belezen
Dan Paarden, door een man bestierd:
't Verlangde reeds een Eos te wezen ,
Met ruiter, toom en zaal versierd.