Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
DE H O N I G B LT EN DE 11 E N.
u Ja, Bij!" dus sprak de trage Hen ,
// Ja, zonder veinzen, — ik beken,
u Zoo lang ik u heb gaêgeslagen,
"Slijt gij in ledigheid uw dagen.
n Ge zijt slechts op vermaak bedacht:
" Want door van bloem op bloem te dwalen
" En 't fijnste sap er uit te halen,
" Verspilt men zeker niet veel kracht.
//Blijf steeds op 't nagelbloempje rusten,
" En — wordt ge daarvan niet te moê —
'/Vlieg nu en dan naar 't roosje toe;
// Ware ik als gij, dit zou mij lusten:
//Waartoe ook dient u moeite en pijn:
" Om and'ren hier van nut te zijn ?
"Genoeg is 't, dat wij eiken morgen
" Het huis met eijeren verzorgen." —
» Weêrhou toch uwe spotternij,"
Was toen het antwoord van de Bij,
"Gij denkt — omdat ik, bij 't verrigten
//Der mij gestelde levenspligten,
"Niet zoo als gij met luid gerucht,
" Bij ieder ei vervul de lucht —
//Dat vlijt en arbeid mij ontbreken.
// Laat onze bijkorf zelve spreken ,
//Wie kunst en arbeid best verstaat,
'/ Gij, of de Bij, die gij versmaadt: