Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
128 de blinde en de lamme.
V Kan ik sprak de and're, // u hulp verleenen ?
f/\ Ben lam, helaas! aan bei mijn beenen....
//Doch 't schijnt, uw schouders zijn gepast .
// En sterk tot torsching van een last.
ff Wanneer 't u lust om mij te dragen,
//Behoeft ge naar geen weg te vragen,
ff xVls 'k van uw voeten mij bedien,
ff Zult gij als uit mijne oogen zien."
Men zag den Lamme met zijn krukken
Terstond des Blinden schouders drukken,
't Vereenigd paar verrigtte toen,
Wat een van beiden niet kon doen.
Gij mist wat and'ren ruim verkregen,
En and'ren derven uwen zegen;
Die onvolmaaktheid is 't, waaruit
Voor ons 't gezellig leven spruit.
Wanneer geen mensch de gave ontbeerde.
Waarmee natuur mij mild vereerde,
Wat waar' 't gevolg ? dan zorgde hij
Alleen voor zich, en niet voor mij.
Laat nooit uw klagt de Godheid storen:
Is u het voorregt niet beschoren,
Dat Ze and'ren schonk, 't goed wordt gemeen
Door vriendschap en gezelligheên.