Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
de gelukkige dichter. 123
'k "Wil heel de wereld niet weerleggen,
En daarom zeg ik ja noch neen.
Genoeg, de Dichter was door diepen slaap bevangen
En schoon hij, 'tgeen 'k den Lezer wel bedenken laat.
Juist niet zeer fraai van leest of schoon was van gelaat,
Deed hem de Koningin een nieuwe gunst erlangen:
Om in zijn slaap hem wel te doen,
Gaf ze in 't voorbijgaan hem een zoen. —
fHoe!" liet daarop een Prins zich hooren,
//Kust gij dien bleeken mond?"... //Komt dit u vreemd tevoren?"
Sprak toen de Koningin. //Bleek is hij, dat is waar;
//Maar deze bleeke mond is vol gezonde reden.
En zegt ons dikwijls in een uur meer geestigheden,
vDan gij, o Prins! in heel een jaar."
HET PROCES.
Processen, ja, die dienen er te zijn:
Voorondersteld men moest ze missen,
Hoe zou men dan het mijn en dijn
Bepalen kunnen en beslissen?
Het twisten leert ons de natuur:
Pleit voort dan, vriend! hoe lang 't ook duur'.
Ge ziet men wil 't u moede maken:
Doch zwicht niet, waag er alles aan.
Laat de Advokaat zijn gang maar gaan.
Eegt blijft toch regt in alle zaken.
/'Wat zegt gij, buurman? zou dit pad
G*