Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
de vos en de ekster. 115
*Nu zien we u hier, dan derwaarts snellen,
f^Maar altoos door uw staart verzeilen,
ff Gij merkt ook, als gij been voor been
n AVat snel beweegt, ztdks van uw staart meteen,
' Zoo dikwijls als gij tracht met hoend'ren u te spijzen,
ff Hierdoor wordt, ten besluite, op 't allerklaarste ontdekt,
ff Dat u de staart tot vijfde been verstrekt,
ff En dit, heer Vos! was te bewijzen."
Ja, dit ontbrak ons nog! hoe zeer verheugt het mij,
Dat ook nog zulke groote geesten,
Die 't al bewijzen, 't zij hoe *t zij,
Te vinden zijn bij beesten!
Door de eigen Vos, die dit voor waarheid heeft verteld.
Werd tevens ons daarbij gemeld,
(Wat glorie voor het kunstvermogen!)
Dat zij, die 't minst verstaan, het allermeest betoogen.
DE E IJ N E.
Wie is er, die de vroomste vrouw ,
Zoo vroom in haar klcedij, als vroom in haar verrigting,
Wier mond steeds overvloeit van stichting,
Geen lofzang waardig keuren zon? —
Hoe leerzaam, hoe voorbeeldig is haar leven! —
Zoodra die vrome vrouw, wanneer 't acht ure slaat,
In d'uclitendstond haar bed verlaat,
Zoekt zij 't gebed op, voor dien dag der week geschreven: