Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
110 de koekoek.
// Ik bid u, goef me een kort verhaal:
//Wat zegt men van den Nachtegaal?"
— // Elk roemt zijn onnavolgbare toonen."
//En van den Leenwrik?" voer hij voort.
— // Hij ziet zijn zang met lof bekroonen."
//AYat hebt gij van den Vink gehoord?"
— // 'k Hoor meer van 't vinkennet dan van zijn lied gewagen."
//Voor 'tlaatst moet ik n nog iets vragen:
//AVat," riep hij, //zegt men wel van mij?"
Toen zei de Spreeuw: //ik moet uw eigenwaan beklagen:
//Geen schepsel rept van u, mijn vriend! geloof me vrij."
ff Dan zal 'k," was 't antwoord nu, // mij op dien ondank wreken,
//En eenwig van mij zeiven spreken."
H h] T T E S T A M E N T.
Pliilémon , die, bij veel vermogen,
Een edelmoedig hart bezat,
En, met des naasten leed bewogen,
Zijn eigen voordeel ligt vergat, —
Philcmon kon nogtans den nijd geenszins ont-\vijkeu,
Hoe gul hij ook zijn gunst den nijdigen liet blijken.
Twee buren toonden hem een onverzoenb'ren haat,
En deden zaam hun best om kwaad van hem te spreken;
Waarom? 't Geluk had hem geplaatst in hooger staat:
En is de voorspoed niet een onvergeeflijk kwaad?
Zijn vrienden raadden hem zieli van dien schimp te wreken.
//Neen!" sprak hij, //neen! ik wil hun't last'ren niet verbiên :