Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
]) E GROENE EZEL.
liüc dikwijls kan een zot, door cenig dwaas beramen,
Veel duizend van zijn soort beschamen!
Neraan, een schrand're gek, verwde eens zijn Ezel groen,
En gaf hem tevens roode beenen,
Hij leidt langs markt en straat dit misselijk fatsoen,
Zoodat ras oud en jong verschenen. —
tfWat wonder!" riep de Stad, f wie heeft het ooit beleefde
V Een Ezel, groen van kleur, die roode beenen heeft!
// Die zaak moet in gedacht'nis blijven !
// De landskronijk moet haar beschrijven!
// Dan wetc 't late nageslacht
ff Wat wond'ren onze tijd te voorschijn heeft gebragt!
Men ziet terstond de straten krielen
Van duizend duizenden van zielen;
Men neemt de vensters uit, en opent zelfs in 't dak,
Tot ruimer uitzigt, vak bij vak;
De groene langoor dient bekeken,
't Mogt T)p de straat aan ruimte ontbreken.
Men doet nu d'eerst' en ook den tweeden dag,
Niets dan verwonderd met den Ezel om te dwalen.
De zieke denkt niet aan zijn kwalen,
Maakt iemand slechts bij hem van 't vreemde dier gewag. —
Om 'tkind te sussen bij zijn kreunen,
Zingt nu geen kindermeid meer van het bonte schaap:
Pen groenen Ezel mengt zc in al haar wiegedeunen,
En zoo geraakt het kind in slaap.
Maar toen de derde dag ging strijken.
Was met het arme dier reeds alles afgedaan: