Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
96 de jongeling.
ff Zoo zwaar een arbeid toch gaat boven uw vermogen,
ff Geniet een weinig rust, verzadig u, en wacht,
ff Totdat ge uw voeten hebt versterkt met nieuwe kracht.'*
Dit deed hij nu, en lei in 't vruchtbaar dal zich neder,
Nam vaak zich vóór te gaan, doch scheen steeds moede en mat.
't Geen eerst hem had gehinderd, deed het weder:
Ja, hij vergat zijn heil en — kwam niet in de Stad.
Veel Christinen ziet men als deez' Jongling zich gedragen:
Zij wagen op het spoor der deugd eene enk'le tree.
Maar houden altoos op hun lusten 't oog geslagen,
En nemen al hun lasten mee.
't Is door den last dier hindernissen,
Dat ras hun trage geest het regte pad verlaat.
En, zorgende om geen tijd'iijk heil te missen,
Vergeten zij de zorg voor 't heil dat nooit vergaat.
DE BEDEOEFDE WEDUWNAAR.
Een man woonde in Poitou. (Ik noem de plaats om reden:
't Vernemen naar de zaak valt dan den Lezer ligt.
't Verzwijgen van de kleinste omstandigheden
Doet somtijds twijf'len aan de waarheid van 't berigt.)
Een man woonde in Poitou, en liet zijn vrouw begraven.
Men zij indachtig: in Poitou is dit geschied!
Daar is men (en dit moet van 't stuk de waarheid staven)
Zoo praalziek als bij ons in 't lijkbegraven niet.