Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
92 er ast.
Tot erfgenaam van twintig-duizend kroonen.
De Neef spoog nu venijn, en dacht de Stad te toonen
Dat deze man, hoe braaf en eerlijk in zijn daan,
Door vleitaal 't testament Dorant had afgedwongen,
En ving een regtsgeding, om 't erfgoed, met hem aan.
Hij liep, hiertoe door nijd en gierigheid gedrongen,
Daar hij Erast op 't allerzwaarst beticht,
Met zijn geschenken naar 't Gerigt.
Doch, schoon geschenken 't Regt, helaas! wel eens verkeeren.
Zij konden deze reis hem niet doen triomferen.
Erast won dus het pleit; maar sprak: «dat ik door list
» Noch baatzucht de erfnis zocht, die gij mij hebt betwist,
«Ben ik genegen u te toonen:
u Van 't geen mijn vriend mij maakte, en 't Regt me in handen
'Sta ik de helft, opdat ge uw misslag ziet, u af. (gaf,
«'k Behou voor mij tweeduizend kroonen:
u Ik heb het ov'rig geld den weezen toegedacht,
u En zal 't hun ook blijmoedig schenken. —
«Verdien ik nog, dat gij me op 't haatlijkst blijft verdenken,
»Als had 'k door vleitaal eens dat goed aan mij gebragt?"
DE TARTA ARSCHE VORST.
Een Tarterseh Vorst, van wien 't historieblad ons leert,
Dat hij, nog Prins zijnde, in Europa had verkeerd.
Beval, omdat hij 't Volk galanter wilde maken.
Dat vrouwen van fatsoen het zogen zouden staken.
De Dames, woest van aard, beschouwden dit als spel;
Zij voedden met de borst haar kroost als vóór 't bevel: