Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
HET PAARD EN DE EZEL.
Een Rijpaard, uit wiens oogen moed en fierlieid blaakte,
Draafde, op zich zelv' en zijn Berijder trotsch, sterk aan.
Toen 't eens, (hoe ligt wordt niet een valsche stap gedaan!)
Door overgroote drift aan 't struik'len raakte.
Een Ezel, traag en lomp van aard.
Zag juist dien mistred van het Paard.
Hij lachte en riep: « wie zou 't ooit mij vergeven,
'/Zoo ik dien misslag had bedreven?
n Ik loop den ganschen dag, en stoot mij aan geen steen."
"Zwijg!" sprak het Paard,'/want voor mijne onbedachtzaamheen,
»Voor mijne fouten, zijt gij. Ezel! veel te kleen."
DE ARME GR IJ SAAR D.
Om een Rhinoceros in 't spel eens ga te slaan,
(Verhaalde mij mijn vriend) besloot ik uit te gaan.
'k Begaf me op weg met mijnen halven gulden.
Een schatrijk man ging vóór mij heen.
Wiens strak gelaat te kennen gaf, zoo 't scheen.
Dat hij aan ingekomen schulden
Thans dacht, of wat hij op de mis gewonnen had.
En reeds berekende, wat schat.
Hij door zijn handel van die winst nog had te wachten:
Kortom, zijn schatten slechts vervulden zijn gedachten.