Boekgegevens
Titel: C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Auteur: Gellert, C.F; Schenkman, J.
Uitgave: Amsterdam: G. Theod. Bom, 1854
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, OTM: KK 06-168
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200031
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm), Fabels (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   C.F. Gellert's Fabelen en vertelsels
Vorige scan Volgende scanScanned page
88
DE JONGE GELEERDE.
Een Jongeling, die veel studeerde.
Endoor zijne Ouderen, met zijne vlijt voldaan.
Alreeds werd aangezien als een beroemd Geleerde,
Sprak eens een ouden man om zulke schriften aan.
Die denken leerden en door kracht en geest bekoorden;
Om kort te gaan, die tot een goeden smaak behoorden. —
De Grijsaard, in zijn hart verblijd.
Begon hem Cicero en Plato aan te prijzen.
Homerus en nog honderd Wijzen,
Van d' ouden en van lat'ren tijd,
Die, met de heil'ge lauwerkransen
Van Dichtkunst of Welsprekendheid,
De ziel verrukken door hun luisterrijke glansen.
Minachtend zegt de Knaap, door eigenwaan misleid,
//Die Schrijvers, die ge mij als fraai hebt aangeprezen,
// Heb ik meest allen doorgelezen;
// Maar echter..." — // Goed!" zei de oude man,
// Wat zijn er uw gedachten van ?
// Vondt ge in hun letterwerk behagen ?
a Lees, lees het dan nog tweemaal dóór:
» Maar was het niet in staat uwe achting weg te dragen,
// Zorg dat geen Wijze 't van u hoor',
« Of hij bemerkt uw kwaal, en gij wordt straks verwezen
// Om slechts couranten door te lezen."