Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
haar kop is rond en van eene snede voorzien; in deze wordt
de op een beitel gelijkende sehroevendraaijer gezet en omgedraaid.
De wrijving is het, welke de ingedraaide vaarschroef vasthoudt.
Gelijksoortige schroeven als de houtschroeven vinden wij in ieder
horologie, aan ieder geweer, aan vele instrumenten. De
kurkentrekker is eene schroefvormig gedraaide wig; de
wigvorm maakt het indringen in de kurk gemakkelijker, en de
schroefvorm vermeerdert voor eene opwaarts trekkende kracht
de wrijving dermate, dat de kurk aan den kurketrekker genoeg-
zaam vast zit. Aan de wagen-assen worden moerschroeven
aangeschroefd, om het afglijden der wielen van de as te ver-
hinderen; zij zijn vierhoekig en worden door middel van den
schroefsleutel, een ijzeren hefboom, die aan het eene einde eene
op de moerschroef passende opening heeft, omgedraaid ; wegens
de wrijving zitten zij vast, én wanneer het wagenrad ze mede
omdraait, worden zij daardoor nog vaster aangeschroefd. Ook
zijn er wijzen om de schroef te gebruiken , bij welke wij niet
enkel van de wrijving der vaarschroef tegen de moerschroef partij
trekken, maar eene grootere drukking bewerken, en daardoor
volgens proef 34 a, eene aanmerkelijke wrijving tegen een ander
voorwerp voortbrengen. Zoo perst de slotenmaker de stukken
metaal, die hij bewerken wil, tusschen de bekken zijner bank-
schroef, en de schrijnwerker legt op dergelijke wijze planken
op zijne schaafbank vast. Ook de remschoenen wor-
den door schroeven tegen de wagenraderen geperst.
42. Werking der schroef. Dewijl de schroef een hel- Last en
lend vlak is, moet volgens proef 30 ook van haar de gulden ^M^de
regel gelden, en er zal eene des te geringer kracht gevorderd schroef,
worden, hoe grooter weg deze doorloopt en hoe kleiner de weg
van den last zijn moet. Nu wordt bij de opheffingsschroef door
eene omdraaijing de last zoo hoog opgeheven als de afstand der
schroefdraden bedraagt; moet de last niet zoo hoog opgeheven
worden, en zijn derhalve de schroefdraden digter bij
6*