Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
vaster zitten , zijn zij in staat een aanmerkelijken last te dra-
gen. Waar eindelijk de planten, hetzij met de jonge kiem,
hetzij met de wortelen, de aarde moeten doorboren, daar
vinden wij den vorm der wig aangewend, en bij de wortelen
zien wij de vasthoudende wrijving te hulp genomen.
VI. DE SCHROEF.
Het 40. De schroef een om eene rol gewonden hellend vlak.
ge- Bergwegen, die naar den top van een afzonderlijk staanden
^gJJ berg voeren, vindt men niet zelden op zulk eene wijze aangelegd,
hel- dat zij, steeds opstijgende, verscheidene malen om den berg heen
vlak. loopeii; zij vormen hellende vlakken, die zich om den berg heen
slingeren. Gelijk verder iedere trap als een hellend vlak met tre-
den te beschouwen is, zoo zijn ook wenteltrappen hellende
vlakken.
Proef. Men snijde een stuk papier zoodanig dat het een
Fig, 43.
driehoekigen vorm verkrijgt, en zij-
ne schuin oploopende zijde een hel-
lend vlak uitmaakt, welks hoogte aan-
merkelijk minder zijn mag dan zijne
lengte. Met die zijde, welke de
hoogte voorstelt, legge men dit
hellend vlak op een cilinder of een rond potlood en wik-
kele of winde het er om heen. De schuine zijde van het hellend
vlak zal dan eene schroeflijn uitmaken. Eene schroef of
vaarschroef is een om een cilinder gewonden
hellend vlak. Iedere volledige winding van het hellend vlak
om zijn cilinder heet een schroefgang; loopt derhalve een
hellend vlak naauwkeurig viermaal om een cilinder, dan ont-
staan er daarop vier schroefgangen. De afstand van twee
schroefgangen of de hoogte van het hellend vlak, dat iedere af-
zonderlijke schroefgang uitmaakt, heet de hoogte van een