Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
V. DE WIG.
De 38. De wig een beweegbaar hellend vlak. Van
^J^l^^^een hellend vlak wordt aangenomen dat het vast ligt en
be- zijne ligging niet verandert, terwijl de last door de magt naar
boven bewogen wordt. Omgekeerd kan echter ook het hellend
bare ® °
hel- vlak beweegbaar zijn; dan grijpt de kraclit aan het vlak zelf aan
lend
vlak.
en poogt het onder den last of in de wederstandbiedende lig-
chamen voort te drijven. Een beweegbaar hellend vlak heet eene
wig. De wig wordt, wanneer men ze, gelijk veelal geschiedt,
tot het kloven van hout gebruikt, met haren eenen kant, de
Fig. 41.
snede of het scherp der wig,
in eene spleet van het hout ge-
zet en door de slagen of stoo-
ten door middel van een ha-
m er tusschen de tegenstand
biedende houtdeelen verder ingedreven. Het vlak, tegenover de
de snede liggende, op hetwelk de kracht werkt, heet de rug
der wig, E. De schuine zijvlakken worden de zijden der wig
genoemd en zijn doorgaans even lang.
In zoo ver de wig een beweegbaar hellend vlak is, beantwoordt
de lengte zijner zijden aan de,lengte van het hellend vlak; de
rug der wig neemt de plaats in der hoogte aan het hellend vlak.
Hoe smaller daarom de rug of hoe spitser de wig is, des te
minder kracht vordert zij. Zoo menigmaal de rug der
wig inde lengte harer zijdenl) begrepen is, even
zoo menigmaal moet de kracht in den weder-
stand begrepen zijn. Is de rug een duim breed, terwijl
1) Of eigenlijk in hare hoogte, dat is de loodregte afstand tusschen
hare snede en haren rug. Het verschil tusschen beide lengten is ech-
ter bij messen en bijlen gering genoeg om in de praktijk verwaarloosd
te kunnen worden, en moet hier vooral onvermeld blijven, daar het
tot eene veel omslagtiger demonstratie zou aanleiding geven.
Ln.