Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
73
dan mete men de ruimte, door den kogel in de eerste seconde
doorloopen, die bij voorbeeld 8 duim bedragen kan , en deele
het geheele hellend vlak van het aanvangspunt der beweging af
door strepen in deelen van die zelfde lengte. Laat men dan den
kogel zich twee seconden lang bewegen, dan zal hij in de twee-
de seconde drie zulke ruimten doorloopen; in de derde
seconde zal hij zich door vijf maal 8 duim, in de vierde,
in geval de goot lang genoeg is, door zeven maal 8 duim
bewegen. In twee seconden heeft hij dan 1+3, dus vier; in
drie seconden 1 + 3 + 5 of negen, in vier seconden
zestien zulke ruimten afgelegd.
Uit deze allereerst door Galilei genomene proeven volgen de Do
beide wetten voor het vallen.
I. üe valruinrten der afzonderlijke seconden liet
1 •• 1 1 j. 11 vallen,
nemen toe gelijk de onevene getallen;
van de valruimte der eerste seconde is de valruimte der tweede
seconde het drievoudige, in de derde het vijfvoudige, in de vier-
de het zevenvoudige, enz.
II. De geheele doorloopene ruimten nemen
toe gel ij k de vierkanten of kwadraat-ge-
tallen der valtijden.
Gelijk de proef leert, doorloopt het vallende ligchaam in den
tijd van twee seconden het viervoudige, in drie seconden
het negenvoudige, in vier seconden het zestienvou-
dige van de valruimte der eerste seconde. Maar 4 = 3x2^
9 3 X 3, 16 = 4 X 4, 25, 36, 49 , 64, 81, 100 enz. hee-
ten kwadraatgetallen. Om de geheele ruimte, door een vallend
ligchaam in acht opeenvolgende seconden doorloopen, te vin-
den, neemt men het vierkant van 8, dat 8 x 8 = 64 is, en
vermenigvuldigt daarmede de valruimte der eerste seconde.
Volkomen even zoo, als van den val op het hellend vlak, De
gelden deze wetten ook van den loodregten» ^^^^^
den vrijen va 1. Daarbij werkt de zwaarte onafgebroken met
hare geheele kracht, terwijl zij op het hellend vlak onafgebro-