Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
oefenen; zij verkrijgen deze slechts door de groote snelheid, die
zij gedurende den langen tijd van het neervallen allengs hebben
verkregen. En even zoo zouden wij zeiven door het springen of
vallen van eene te groote hoogte ons niet bezeeren, daar toch de
val of sprong van eene geringere hoogte ons niet deert, indien
niet juist door deze grootere valhoogte onze snelheid daarbij zoo
sterk toenam. Want de zwaartekracht werkt niet maar enkel in
het eerste oogenblik op de vallende ligchamen en laat ze dan aan
de wet der inertie over, maar zij is eene onafgebroken
werkende kracht; zij geeft aan het vallende ligchaam in
het eerste oogenblik eene zekere snelheid, die het, volgens de
wet der inertie, voor het tweede oogenblik der beweging mede-
brengt ; in dit tweede oogenblik voegt echter de zwaartekracht op
nieuw de zelfde sndheid daarbij, en in de zoo verkregen snel-
lere beweging volhardt het ligchaam, terwijl zij door den aangroei
in het derde oogenblik nog sneller wordt. Wegens deze op zoo
gevaarlijke wijze aangroeijende snelheid worden hun, die van
eene hooge stellaadje neervallen, de leden gebroken
en verpletterd, terwijl toch niemand zwarigheid maakt, van
eene bank op den vloer te springen. Ook de 1 a w i n e n, die
van met sneeuw bedekte bergtoppen naar beneden rollen, en
honderden van boomen met zich slepen, bewijzen dat de
snelheid van een vallend ligchaam bij voort-
during toeneemt.
Proef. Men vervaardige zich van bordpapier of hout eene Gali-
goot van zoodanige ruimte, dat een kogel, zoo als men er juist een
bij de hand heeft, er met de minst mogelijke wrijving door kan lend
loopen. De lengte der goot bedrage 16 palmen of meer; van
binnen worde zij glad geschaafd of met glad papier beplakt. Op
de tafel geeft men haar den stand van een hellend vlak, welks
hoogte een duim bedraagt voor elke 8 palm lengte der goot.
Legt men er boven aan eenen kogel in en let men, terwijl men
op de maat telt, op de door hem doorloopene ruimten, dan ziet
men dat deze in ieder volgend oogenblik grooter worden.