Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
756
len of linnen stof of legge ze in een vederen bed. Zij zal nog
na langen tijd warm zijn, en slechts die deelen der omhulling,
welke het naast bij haar liggen, zullen warmte opgenomen
hebben.
P r O e f e. Twee pastilles worden aangestoken en de
eene daarvan op een stuk metaal, b. v. een groot stuk geld, de
andere op een blokje hout of op papier gezet. De op het me-
taal staande pastille gaat uit, eer zij geheel is uitgebrand; die
door het papier gedragen wordt brandt tot beneden toe af. Het
metaal onttrekt aan de pastille de tot het verbranden noodige
warmte en leidt ze weg; het papier daarentegen leidt de warmte
niet weg.
Zulke ligchamen, welke de warmte der hen aanrakende lig-
Goede chamen langzaam opnemen en zeer langzaam door hun-
en slechte , . 1 , , , , .
warmte-"® massa verbreiden, heeten slechte warmtege-
geleiders.l eiders.
Goede warmtegeleiders zijn de metalen.
Slechte warmtegeleiders zijn pelterijen, wol, katoen,
zijde en linnen, stroo, papier, vederen, hout, kolen en asch,
sneeuw en ijs.
Een middelbaar warmtegeleidingsvermogen toonen glas
en steenen.
Proef Laat op eene warm gestookte kagchel naast elkan-
der een stuk hout en een stuk metaal van gelijken vorm
en grootte liggen; zij zullen na eenigen tijd, dien men vooral
niet te kort moet nemen, in gelijken graad verwarmd zijn. Maar
ofschoon zij even warm zijn, maken zij op ons ge-
voel een ongel ij ken indruk. Het metaal is op het gevoel
veel heeter en deelt aan de hand sneller de warmte mede, die
uit zijne geheele massa bij de aanraking wegsnelt, dan het even
zoo warme stukje hout, door welks deelen zij langzamer tot de
plaatsen komt, die door de hand aangeraakt worden.
Proef g. Omgekeerd stelle men opeen zeer kouden dag
wol, hout en metaal naast elkander lang genoeg aan de koude