Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
752
geheel naar de regter zijde, tenvijl de lucht eu de verbruikte
stoom uit het kanaal ter regter zijde in de holle schuif, uit deze in
het middelste kanaal, de blaaspijp en den schoorsteen ontwijkt.
Zoodra de zuiger, gelijk de figuur dit voorstelt, den bodem ter
regter zijde des cilinders bijna heeft bereikt, moet de schuif naar
de linker zijde geschoven worden; de stoom treedt dan uit de
stoombuis en de stoomkas regts van den zuiger binnen; en de
verbruikte stoom ontwijkt door het kanaal ter linker zijde, de
holle schuif en het middelste kanaal de blaaspijp uit. Zoo stroomt
de stoom, wanneer hij zijne werking gedaan heeft, bij iederen
heen- en weergang van den zuiger bij stooten door de blaaspijp
in den schoorsteen en werkt daarbij zeer mede om den trek in
den vuurhaard te vermeerderen; van daar ook het eigenaardige
zuchten en blazen eener rijdende locomotief.
Aan de door de zuigerstang omgedraaide as m der drijfwie-
len is de excentriek z bevestigd (§ 384e) en wordt door een
beweegbaren ring aan het regter einde der schuifstang omslo-
ten ; het linker einde der schuifstang is X vormig en giijpt niet
onmiddellijk aan de stang der stoomschuif; maar deze stang is
door middel van een tap aan het bovenste punt van een twee-
ai-migen hefboom bevestigd, die in de figuur een bijna lood-
regten stand en in zijn midden s, in het raam der machine,
zijn steunpunt heeft. De hefboom heeft aan zijn bovensten arm
en eveneens aan zijn ondersten arm een uitstekenden knop of
tap. Het liggende kruis der schuifstang grijpt met zijn bovenste
gedeelte in den bovensten tap des hefbooms en schuift dezen
met de schuif klep naar de regter zijde, wanneer de schuifstang
zich naar de regter zijde beweegt.
Nabij de plaats van den conductor is eene stoomfluit P
aangebragt, door welke hij den stoom tot het seingeven laat
stroomen. Het daarnaast links van de stoomfluit uitstekende
gedeelte van den ketel, het mangat, is eene opening, door
eene met schroeven daarop bevestigde plaat gesloten, welke plaat
afgeschroefd wordt wanneer de ketel gereinigd moet worden. De