Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
effen onder, dat men met de hand vasthoudt, dan zal, bij eene wrij-
drukking van een pond, een half pond nog geene beweging voort-
brengen. De wrijving wordt door de ruwheid der de
elkander aanrakende vlakken vergroot.
Proef c. Men neme twee aan hunne benedenzijde gladde der
plankjes van verschillende grootte en belaste eerst het eene,
dan het andere met een pond gewigt. De kracht, tot de
weging noodig, bij gevolg ook de wrijving, zal zich in beide ^lij-
gevallen even groot vertoonen. Bij gladde ligchamen ^en
wordt de wrijving door de grootte der elkander
aanrakende vlakken niet vermeerderd, dewijl de
drukking van den last zich over meer punten verdeelt. Bij dub- voor
bel zoo groote vlakken wrijven elkander dubbel zoo veel pun-S^'oo-
ten, maar slechts onder halve drukking. vlak-
Men neme tot deze proef de plankjes veel dikker, dan zij
wat de sterkte aangaat behoeven te zijn, b.v. van 2 tot 3 dui-
men dik. Het komt er namelijk op aan, dat ze vlak zijn en
blijven.
Proeft?. Voor hout, dat onder de drukking van een pond
zich op hout voortbeweegt, bedraagt de wrijving omtrent
Va pond. Maar plaatst men het pond gewigt onmiddellijk op
eene metalen baan, b.v, op twee breinaalden, die men aan
het eene einde vasthoudt, dan volgt reeds bij eene trekkracht
van 'A pond eene zeer snelle beweging. De grootte der
w r ij V i n g is voor verschillende ligchamen on-
derscheiden, en des te geringer hoe harder de elkander
wrijvende ligchamen zijn. Zij bedraagt bij hout op hout omtrent
V-i, bij metaal op metaal slechts Ve- Uit hoofde van het groote
aanbelang, dat de kennis van het bedrag der wrijving voor het
vervaardigen van werktuigen heeft, heeft men daarover meer-
malen proeven met massa's van honderden ponden genomen,
daar zij in kleineren maatstaf geene naauwkeurige uitkomsten
geven.
Door doelmatige smeermiddelen wordt de \v rij-Smeer-