Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
749
een werktuig van hooge drukking te verkrijgen, in fig. 415,
den condensor C, den hem omgevenden waterbak, de luchtpomp
A, en de koudwaterpomp P weggenomen, maar den ketel en
den stoomcilinder sterker gebouwd; de benedenste opening der
stoomkas loopt alsdan in de open lucht uit en vergunt aau de
dampkringslucht, steeds aau de eene zijde van den zuiger te
geraken; haar tegenstand wordt door de spankracht van den
stoom overwonnen.
87 . De locomotief, een werktuig van hooge druk- De lo-
king. De stoomwagens zijn het eerst door den Engelschman como
George Stephenson, wiens locomotief „Socket" in 't jaar
1829 den door de ondernemers van den Liverpool-Manchester
spoorweg uitgeloofden prijs behaalde, in zulke volkomenheid ge-
bouwd, dat hunne diensten aan het doel beantwoorden. Het
gewigt vau eeu stoomwagen bedraagt ongeveer 12000 ponden,
de prijs omtrent 20,000 gulden.
De grootste ruimte in de locomotief beslaat de cilindervor-
mige stoomketel A (fig. 417); hij is van dikke ijzeren platen
vervaardigd en reikt van den schoorsteen F tot aan het andere ein-
de van den wagen. Hier bij de achterwielen is de vuurhaard of
vuurkist B geplaatst; hij heeft van onderen een rooster, aan
de achterzijde eene kleine vuurdeur, en wordt aan de overige
zijden door den ketel en zijn water omgeven. Door de vuurdeur ^
brengt men de ontzwavelde steenkolen of coke ƒ in, waarmede
de ketel gestookt wordt. Uit de stookplaats voeren meer dan
100 horizontaal liggende warmtebuizen of v 1 am p ij p e n
door den stoomketel heen naar den schoorsteen; zij zijn van
geel koper en ongeveer 3 J/^ duim wijd. De rook en de verhitte
lucht hebben uit de stookplaats geenen anderen uitweg dan door
deze buizen, van welke er vier in de teekening voorgesteld zijn.
Het water in den ketel omringt de warmtebuizen, en door mid-
del van deze inrigting wordt met genoegzame snelheid de groote
hoeveelheid stoom ontwikkeld, die tot het drijven van het werk- è
tuig gevorderd wordt.