Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
744
opene vat r,in hetwelk de voedingspomp door de voedingsbiiis
G het uit den condensor geko-
mene warme water brengt. Maar
de loodregte buis is door eene
klep gesloten, die door een hef-
boom , wiens steunpunt in D is,
neergedrukt wordt. Aan den
eenen hefboomsarm hangt een
gewigt A; aan den anderen arm
is eene loodregt naar beneden
voerende metalen stang beves-
tigd ; deze gaat in eene pakking-
bus door den bovensten wand
des ketels, reikt tot in den ke-
tel en draagt van onderen eenen
zandsteen, den vlotter F. De metalen stang heeft juist zulk eene
lengte, dat de klep gesloten blijft wanneer het water de regte
hoogte heeft en twee derden van den ketel vult. Zakt echter
het water, dan zakt ook de gedeeltelijk (§ 86) daardoor ge-
dragene vlotter, trekt door middel van den hefboom de klep op
en laat zoo lang voedingswater in den ketel vloeijen totdat de
vlotter weder tot de regte hoogte gestegen is.
2. Omdat evenwel de vlotter zijne dienst zou kunnen weige-
^kranen^' ' toestellen aan, die vergunnen de hoogte van
den waterstand in den ketel waar te n em e n. De zooge-
naamde proefkranen zijn buizen, die door den zijwand heen
in den ketel reiken en buiten dezen door kranen gesloten zijn.
De buis der bovenste kraan, der stoomkraan, reikt niet ge-
heel tot den gewonen stand des waters; de buis der iets lager
geplaatste waterkraan doopt met hare opening in het wa-
ter , in geval dit hoog genoeg staat. Dan stroomt er uit de ge-
opende stoomkraan stoom en uit de onderste kraan water. Staat
het water in den ketel te hoog, dan stroomt er uit de beide
kranen \\ ater, en staat het te laag, uit beiden stoom.