Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
738
de kurken c en d. Daarop steke men aan de andere einden der
zelfde ijzerdraden de kurken «en die men in het middel-
Fig. 412
punt naar de rigting, van het waarnemende oog afgewend, door-
boord heeft, om den derden, twee maal regthoekig omgebogen
draad ab met genoegzame speelruimte op te nemen. De deelen
ac en bd van den draad worden van naauwkeurig gelijke lengte
ingemaakt, het midden e van den gebogen draad ab kan door
een stukje kurk, dat men er over schuift, aangeduid en de kur-
ken c en d aan de van het oog afgekeerde zijde van korte stif-
ten voorzien worden. Houdt men nu deze kurken c en d met
hare stiften tegen een loodregt vlak of plaat en draait men den
geheelen toestel om deze als vast liggende assen, dan beweegt
zich het eindpunt a in een cirkelboog, gelijk ieder punt aan het
stoomwerktuig; maar het punt b bew eegt zich door een even
zoo grooten boog. Zoo veel a bij het opstijgen van de loodregte
lijn ter regter zijde afwijkt, zoo veel wijkt b naar de linker zijde
af; de draad ab draait zich daarbij om zijn midden e, dat lood-
regt in regte lijn opstijgt. Ligt kan men den toestel zoo hou-
den, dat dit punt e zich langs eene op de plaat getrokkene
loodregte lijn beweegt. "Was nu a een punt aan den evenaar
van het stoomwerktuig, dan zou eene in e aangrijpende stang
loodregt op- en nedergaan en den evenaar door op- en neer-
gaande bogen voeren.
Lide teekening fig. 413 vinden wij in DC het vierde deel van