Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
60
het rijden van steile hellingen houdt men vrachtwagens op, ter-
wijl men door spaken of remschoenen de wrijving vermeerdert.
Schroeven, die met de vingers gedraaid moeten worden, gelijk
die aan lampen voorkomen, geeft men een gekartelden
knop, welks oneffenheden voor de hand het zekere aanvatten
bij het omdraaijen gemakkelijker maken. Daar de met ijzel be-
zette wegen voor de zekerheid van het gaan en staan ons te
weinig wrijving verschaffen, herstellen wij deze in genoegzame
mate weder door het strooijen van zand en asch.
De s t r ij k s t o k wordt met hars bestreken, opdat hij aan de
snaar door wrijving zijne beweging mededeel e. Zoo wordt
ook aan de mangel de zware rolkist heen en weder geschoven
en beweegt door hare wrijving aan het linnengoed de daarmede
omwikkelde, onder haar liggende rollen. Iedere rol, waarom
eene koord loopt, en iedere schijf, waarom een riem gebon-
den is, worden door de wrijving van het koord of den riem op
den rand van de rol of schijf in beweging gebragt. De oneffen-
heden van den grond eindelijk houden den omtrek der wagen-
wielen tegen, wanneer de kracht der trekdieren den wagen
voorwaarts beweegt, en bewerken hunne omdraaijing.
33. De beide soorten van wrijving.
uiij-
dende Proef a. Het in proef 29 6 gebruikte plankje met de
Fig. 36. daaraan geschroefde katrol
worde horizontaal en zoo
op het tafelblad gelegd, dat
een over de katrol loopen-
de draad voor de tafel vrij
naar beneden hangt. Eene
korte rol, waartoe de in die proef gebruikte koker vol zand van
3 ons gewigt geschikt is, worde met een harer vlakke zijden
op het plankje of op het tafelblad geplaatst, het eene einde van
den draad er om heen geslagen, de draad over de katrol geleid,
en aan het afhangende einde een zoo groot gewigt gehangen.
ving.