Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
717
Fig. 401.
spanne een zak-
doek tusschen
hen uit. On-
derzoekt men
met den ther-
mometer , ter-
wijl rondomhet
gras kouder
wordt, de tem-
peratuur van liet overdekte grasplekje, dan zal men ze hooger
vinden dan die van den daar omheen liggenden grond. Door
een deksel of een scherm wordt dus de afkoe-
ling van den grond v e r h i n d e r d; de tuiniers weten
hunne teedere planten door eene daarover uitgebreide
stroom at voor het koud worden te beschutten , en onder
tenten dauwt het niet.
Gelijk een voor de kagchel geplaatst scherm de verwarmende
stralen terug kaatst en weder aan de kagchel toezendt, zoo zendt
ook het scherm, over het gras uitgespannen, aan dit laatste de
warmtestralen terug. Het zelfde doet een wolkendeksel, dat zich
in den dampkring uitstrekt. Om deze reden dauwt het b ij
bewolkten hemel niet.
B ij winderig weder komt voortdurend warmere lucht
met de vaste ligchamen in aanraking, deelt hun warmte mede, Bij win-
en de lucht trekt er voorbij, zonder dat zij tot het dauwpunt
J weder
verkoeld kan worden. dauwt
Terwijl de dauw door verdigting van den waterdamp des damp-
krings aan de vaste ligchamen der aardoppervlakte ontstaat, die De rijp.
door de nachtelijke warmtestraling tot het dauwpunt afgekoeld
zijn, vertoont zich de rijp bij hunne afkoeling bene-
den het vriespunt. De rijp is bevrozen dauw en bestaat
uit fijne ijsnaalden; hij vertoont zich daarom aan de voorwer-
pen , die door straling het koudst zijn geworden, en zet zich
niet aan zulke planten, die in den laten herfst misschien