Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
698
aanmerkelijke drukking der vloeistof zelve, maar op deze weegt
de drukking der lucht en der dampen, die er zicli
in bevinden. Vergroot men deze drukking, dan kunnen er geene
dampblazen meer opstijgen, en de temperatuur van het water
zelve wordt verhoogd.
Daartoe dient de papiniaansche pot of digestor, door den te
Marburg woonachtigen franschen geneesheer Papin uitgevonden.
Het is een cilindervormig kookvat van ijzer of geel koper met
zeer sterke wanden en heeft van boven een omgebogen rand.
Aan dezen zijn de einden van een sterken metalen beugel be-
vestigd, die zich loodregt boven dc opening van het vat verheft;
van boven bevat hij eene moerschroef, door welke eene vaar-
schroef zich naar beneden laat draaijen en op het deksel van den
digestor neerdrukken. Het deksel sluit aan den rand van het vat,
nadat er eene met vet gedrenkte viltschijf tusschen gelegd is;
het bestaat uit eene dikke, vlakke geel koperen schijf, is op
eene plaats doorboord en van eene veiligheidsklep voorzien. In
het kegelvormige, zich naar onderen verengende boorgat is na-
melijk een naauw sluitende metalen tap geschoven, die het als
een kurk luchtdigt sluit; op den tap drukt een eenarmigen
hefboom, zoodat er eene bepaalde kracht vereischt wordt om
de klep te openen. Verhit men water in den digestor, dan vor-
men er zich eerst zoo veel dampen als er tusschen het water en
het deksel ruimte hebben; stijgt de warmte, dan neemt ook het
streven der dampen toe om zich uit te breiden, en zij drukken
met groote spankracht naar alle zijden, ook op de klep en het
water. Bereikt eenmaal hunne spankracht zulk eene hoogte,
dat het springen van den pot te vreezen zoude zijn, dan
openen zij de veiligheidsklep en stroomen naar buiten. Omdat
echter ook de vloeistof de hooge drukking der dampen onder-
gaat, zoo wordt het verder opstijgen v,an dampblazen en het
koken onmogelijk, en door de voortdurend toegevoerde warmte
wordt de temperatuur van liet water zelf ver boven het kook-
punt verhoogd. Beenderen verkoken in den digestor tot brij, en