Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
693
Fig. 388.
Eene toeneming der warmte heeft de verschijnselen van het vloei-
baar worden en van de dampvorming, eene afneming der warmte
de verdigting van den damp en het vast worden der vloeistof
ten gevolge.
Proef. Beschouwt men den waterdamp, zoo als hij in eene Langza-
kookflesch onmiddellijk boven het kokende water opstijgt, dan me ver-
digting
vindt men hem volkomen doorzigtig en on zigtbaar. Een van den
thermometer, dien men er in houdt, zal op het kookpunt blij- t^amp.
ven staan. Zoo lang de waterdamp zijne warmte behoudt, blijft
hij in den eigenlijken dampvorm en is voor het oog niet waar-
neembaar.
Daar er voortdurend nieuwe damp gevormd wordt, zoo
dringt deze uit de flesch, en daar hij ligter is dan de lucht,
stijgt hij omhoog. Een thermometer zal aantoonen, dat hij bui-
ten het vat van zijne warmte verloren
heeft. Wordt de damp in de lucht a f-
gekoeld, dan verliest hij zijne door-
zigtigheid en vertoont zich nu in de
gedaante van een witten nevel Nevel-
of van witte wolken. In groote hoe- ^^^
„ , . , ..11 den half
veelheid dringen deze uit het kookvat, verdigten
wanneer men er door middel eener tlamp.
buis koudere lucht inblaast en daardoor
den damp eenigzins afkoelt. In dezen
overgangstoestand tot de drupvormig
vloeibare gedaante, in dezen z ij n e n
nevel vorm, isde damp slechts
ten halve verdigt en vormt
holle waterblaasjes, die zoo
klein en ligt zijn, dat zij door de lucht gedragen worden.
Boven de half verdigte, nevelvormige dampen, die uit het ko- Volko-
kende water zijn opgestegen, houde men een koud vast ligchaam
(eenen lepel, een schoteltje of eene glasruit). Daaraan worden
meno
verdig-
ting tot
de dampen door volledige afkoeling geheel ver-droppels.