Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1856-1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-61
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200029
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
682
een el hoog, kan, aan een goed trekkende schoorsteen verbon-
den, eene zaal van 10 ellen lang, 3,5 el breed en even zoo
hoog, met 4 groote vensters, behoorlijk verwarmen.
Ontstaan 358. Het ontstaan der winden. Gelijk die luchtstroo-
minsen ontstaan, welke wij tos-t noemen, zoo ontstaan ook de
winden. ® j o . .. . ^
luchtstroomingen van grooteren omvang, welke wij winden
heeten. Boven eene heete landstreek der aarde wordt de lucht
heet en stijgt loodregt op; maar nabij de oppervlakte der aarde
dringen andere, koudere luchtstroomen in hare plaats. De -win-
den ontstaan daarom door ongelijke verwarming der lucht, die
haren grond in de ongelijke verwarming der aardoppervlakte
heeft.
Zeer regelmatig toonen dit de land- en zeewinden, die
Land- dagelijks aan bijna alle kuststreken, aan de noordkust der Mid-
enzee- (iellandsche zee, aan de kusten van Engeland en aan de oever-
wmden. °
landschappen van groote binnenzeeën waaijen. Eenige uren na
zonsopgang verheft zich een zwakke luchtstroom van de zee
naar het land toe; deze z e e w^ i n d neemt toe naarmate de zon
hooger stijgt en bereikt na twee uren des namiddags zijne groot-
ste sterkte. Het land w^ordt sterker door de zonnestralen ver-
warmd , de lucht daar boven stijgt omhoog, en de koudere zee-
lucht stroomt als zee\vind van onderen in de warmere landlucht.
Allengs wordt de zeewind zwakker, en na zonsondergang heeft
er eene windstilte plaats; de luchtlagen boven land en zee heb-
ben alsdan eene gelijke warmte. Maar gelijk het land sneller
warm wordt, w^ordt het ook sneller afgekoeld, en om midder-
nacht trekt een luchtstroom van het land naar de warmere
zee; de landwind groeit in den loop van den nacht aan en
gaat weldra na zonsondergang liggen.
Passaat- omloop van den geheelen dampkring. De ge-
winden. heele dampkring der aarde bevindt zich in een bestendigen om-
loop; zoowel de passaatwinden, dat wil zeggen de regelma-